Recensie - Volksdans, no 2, 2002

Kalinka, indrukwekkende zang...

Jolanda Keurentjes, volksdans no 12, 2002/2

Kalinka, indrukwekkende zang maar helaas weinig dans

Kalinka is een Russisch-Oekraïens zang- en dansensemble, dat in 1968 in Rotterdam werd opgericht door een groep Russische en Oekraïense vrouwen. Tijdens de cd-presentatie op 14 april 2002 stond onder andere een nummer op het programma dat deze vrouwen al op hun contactavonden uitvoerden.

Kalinka bestaat inmiddels uit ruim zestig leden,onder wie ook Nederlanders die de Russische folklore in hun hart gesloten hebben. Het repertoire van Kalinka komt voor het grootste deel uit de Oekraïne, een republiek ten zuidwesten van Rusland met als hoofdstad Kiev, uit de omgeving van Moskou in Rusland en uit Wit-Rusland met als hoofdstad Minsk. Door deze mix kwam deze keer een zeer afwisselend programma tot stand. Het overtuigendste deel van het programma werd gevormd door de muziek en zang. Het ensemble speelde adequaat en genuanceerd, nu eens omfloerst, dan weer opzwepend. De accordeonist en belalaikaspeler lieten zich van hun beste kant zien.

Het omvangrijke koor was indrukwekkend, maar door de ongunstige zichtlijnen in het theater dekten de dames de heren vrijwel af. Gelukkig trad af en toe een solist uit de rijen naar voren. Hij werd daarbij door het koor uitstekend ondersteund. De solozang en de duetten kenden een opgaande lijn en waren na de pauze het sterkst. Vooral bij de dames harmonieerden de stemmen erg fraai en het duet tussen moeder en dochter was ontroerend.

De inhoud van de liederen werd in het programmaboekje op poëtische wijze kort toegelicht en dat gaf een helder inzicht in de thema's: van kortstondige liefde van een kozak tot en met een moeder die haar dochter alles wil geven, zelfs haar hart.

Vragen om een zoen

Het programma opende met een dans waarin meisjes met omslagdoeken om in verschillende patronen over het toneel liepen en hups voetenwerk uitvoerden. Deze dans bleek niet zo'n sterk openingsnummer. Veel spitser was een later nummer waarin de danseressen op ingenieuze wijze de omslagdoeken van elkaar overpakten en de doeken ook een rol speelden in de visuele compositie, doordat ze tussen vier danseressen in elkaar werden gedraaid.

In een hilarisch duet kwam de choreograaf op het toneel. Hij liet zich door zijn geliefde flink in de luren leggen. Terwijl ze samen een rondedansje deden, liet zij hem vallen en toen hij zich uitsloofde met hoge sprongen keurde ze hem geen blik waardig. Toen hij haar vroeg om een zoen legde ze plagerig zijn handen op zijn ogen en liep vervolgens weg. Deze dans oogstte door de goede uitvoering volledig haar grappige effect.

Hoge sprongen

Kalinka's dansleider Olimjon Beknazarov werd geboren in Oezbekistan in 1961. Hij volgde zijn opleiding aan de kunstacademie in St. Petersburg en leidde verschillende ensembles in Rusland. Nadat hij zich in 1993 in Nederland had gevestigd, ging hij studeren aan de Rotterdamse Dansacademie. Naast het werk voor Kalinka maakte hij eigen dansproducties en geeft hij les. Beknazarov is een goed uitvoerend danser en het is jammer dat Kalinka naast hem maar één mannelijke danser heeft, die overigens na de pauze excelleerde in hoge sprongen met gespreide benen.

Werken aan theatraliteit

Ook was het jammer dat het dansaandeel in het programma relatief klein was. Bovendien zou het plezier van de dansen in de groepschoreografieën meer van de dansers mogen afstralen. De interessantste choreografie was aan het eind te zien: een stuk waarin acht vrouwen en twee mannen met gekruiste armen in een rij een wave laten zien.

Het muzikale repertoire van Kalinka is bijzonder en werd overtuigend uitgevoerd. Het totale programma zou aan kracht winnen, wanneer de groep meer zou werken aan de theatraliteit. Kalinka bracht vorig jaar op het Werelddansfestival een bijzondere Sjamanistische dans, waarbij in verschillende kringen en danspatronen een dromerige en trance-achtige sfeer werd neergezet. In deze Sjamanendans zat de theatraliteit die helaas in dit programma niet te zien was. De presentaties volgen nu steeds hetzelfde patroon in de afwisseling tussen koorzang, zang met solisten en dans en dat ontneemt de voorstelling z'n dynamiek. Er was in de hele voorstelling maar één moment waarop de muzikanten van hun stoel kwamen. Met een andere toneelindeling, beter ruimtegebruik, de werving van mannelijke dansers en een versterking van de acteerpresentaties van de solisten zou Kalinka nog beter uit de verf komen.